coördinator: Ton Janssen
![]()
verslagjes | programma | vogels@vnmw.nl
![]()
januari 2012

Jaarlijks vindt half januari de internationale midwintertelling van waterwild plaats met als doel om gegevens over aantallen en verspreiding van watervogels te verzamelen. Daarvoor gaan in heel Europa vogelaars op pad. Zaterdag 14 januari telden we met z’n vieren van de vogelwerkgroep weer de Kromme Rijn vanaf de A12 tot aan de Rijn. Het was goed weer want dat kan behoorlijk verschillend zijn. De zachte winter liet zich goed blijken in de getelde aantallen en soorten. Zo troffen we dit jaar geen tafeleenden en smienten aan. Die zijn noordelijker blijven hangen. Het aantal wilde eenden was ook aanzienlijk lager en het aantal meerkoeten was nog niet de helft van wat wij vorig jaar aantroffen, 249 tegen vorig jaar 517. Juist met koude en ijs in de kleine wateren trekken deze soorten meer naar het open water van de stromende Kromme Rijn. Het aantal blauwe reigers was van vorig jaar 4 nu naar 10 stuks gegaan en ook de 3 dodaarsjes tegen vorig jaar 1 was een positieve opsteker. Evenals vorig jaar hadden we weer 2 ijsvogels en dat stelde ons tevreden na zo’n koude winter die veel ijsvogels doet sneuvelen. Al met al was het mede door het weer een mooie buitendag.
Ton Janssen
![]()
december 2011
Met z’n vijven gingen we zaterdag 10 december naar de Ooipolder. Het was lichtvriezend weer met een heel helder zicht. Onderweg merkten we dat de weg hier en daar wat was bevroren maar dat leidde niet tot problemen. De kieviten wiekten naar het zuiden. En op paaltjes in het land zagen we meerdere buizerden in elkaar gedoken zitten te kleumen. Hele lichte en donkere. Het schijnt dat die donkere ouderejaars zijn. Zij zouden meer pigment aanmaken. Bij Nijmegen reden we over de Ooisedijk langs de rivier langs de Groenlanden en de Bisonbaai. We zagen daar een mooie zonsopkomst met het kerkje van Persingen in de ochtendnevel.

Persingen
De kolganzen lieten zich van heel dichtbij bewonderen en waren beslist niet schuw. Typisch vogels uit de toendra die weinig of geen mensen gewend zijn. In de plassen met ondiep water door de lage rivierstand scharrelden grote zilverreigers. Twee grote lijsters waren een verrassende waarneming evenals een jagende sperwer in de uiterwaard. Bij Óortjeshekken´ genoten we van heerlijk koffie en oma´s appelgebak. Een koperwiek zat daar hoog in de populieren herkenbaar aan zijn kenmerkende oogstreep. Bij Kekerdom maakten we een grote wandeling door de Millingerwaard. Langs de rivier zagen we oude knoestige mangrovewilgen, een fraai gezicht.

In de plassen zaten veschillende soorten eenden. De mannetjes waren al druk bezig de vrouwtjes te versieren. In de bomen hoorden we pimpel- en koolmees. Ook de boomkruiper en grote bonte specht lieten van zich horen en lieten zich goed zien. Verder spotten we nog kneutjes en groenlingen. Langs de rand van de plas vonden we beversporen, een doormidden geknaagde boom.

In de plas waar in het voorjaar de zwarte sterns broeden, stonden twee ooievaars. Daarvan was er één geringd. Een mooie waarneming was daar een witgatje dat met z´n opwippende staartje langs de rand van het water scharrelde. In totaal zagen we 46 soorten vogels. Omdat één van ons er 60 wilden halen reden we nog langs de Marspolder maar dat bracht niets meer bij. Al met al was het weer een zeer geslaagde dag.
Ton Janssen
![]()
november 2011
Vrijdagavond rolde een dikke mistdeken over het land. Dat beloofde niet veel goeds voor de volgende dag, zaterdag 19 november, waarop we naar de Lepelaarsplassen en Oostvaardersplassen zouden gaan. Geen zicht betekent weinig vogelwaarnemingen!

Maar zie de volgende morgen was ons goed gezind, er was nauwelijks mist en met 12 mensen vertrokken we vol goede moed naar de ‘polder’. Het opkomende zonnetje loste al gauw de laatste restjes nevel op en we kregen een prachtige dag in dit schiterende natuurgebied dat eertijds was bestemd voor industrie terrein maar nooit is ingevuld door de economische malaise in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Vele duizenden hectaren moeras en plassen ontstonden in dit laagste deel van de polder met een grote aantrekkingskracht op vele soorten vogels. De natuur ging hier haar gang en zo ontstond een bijzonder uniek natuurgebied met Europese betekenis. Het werd dan ook in 1985 een Staatsnatuurmonument en kreeg een Europees Natuurdiploma, een erkenning voor goed beheer. Niet in natuur geïnteresseerde bestuurders weten echter altijd weer bedreigingen te creëren. Bij het gemaal Blocq van Kuffeler, tussen de Lepelaarsplassen en de Oostvaardersplassen, hebben zij een overslagterminal voor vracht van schip op vrachtwagens gepland. We hebben dan ook bij het bezoekerscentrum van de Lepelaarsplassen allemaal onze handtekening geplaatst tegen deze ontwikkeling.
Onderweg naar de kijkhut hoorden en zagen wij al hoog de kolganzen overvliegen. De roodborst liet zich horen en bij een stuwtje werd de ijsvogel gezien. Bij de kijkhut zagen we een plas met honderden slobeenden die al druk met de balts bezig waren. Verder waren daar de gebruikelijke kuifeenden, tafeleenden en een beperkt aantal pijlstaarten, maar de klapper was hier wel een zevental rosse stekelstaarteenden Voor denk ik, gelet het enthousiasme, allemaal de eerste waarneming van deze soort. Bovendien liet zich van vrij dichtbij, wel een half uur lang, een havik die in een kale boom zat zich bewonderen. Statig dreef ook een groep wilde zwanen op de plas. Hagelwit met een mooie geelzwarte snavel zagen ze er prachtig uit in een teer ochtendlicht. Futen, dodaars, nonnetjes en brilduikers maakten het hier compleet geslaagd.

Na koffie in het bezoekerscentrum reden we over de Oostvaardersdijk naar het informatiecentrum van de Oostvaardersplassen. Op het Markermeer dreven groepen kuif- en tafeleenden. Binnendijks zagen wij meerdere buizerden, blauwe kiekendief en torenvalk. In een plasje bij de Knardijk stonden meerdere grote zilverreigers scherp afgetekend tegen het bruine riet. Bij de eerste kijkhut in de ‘Oostvaardersplassen’ werd het al gelijk spannend. Een paar al aanwezige vogelaars hadden een waterral vlakbij in de rietzoom gezien. Helaas zagen wij hem niet maar hoorden hem wel duidelijk met zijn kiep, kiep geluid. Ook hier zat de plas vol met slobeenden. Onderweg tijdens de wandeling naar de tweede kijkhut, ‘de Zeearend’, hoorden we wel baardmannetjes maar kregen ze niet te zien. Vlak bij de kijkhut, met een half vervallen bos met veel dode bomen, liet een klapekster zich van dichtbij goed zien. Wat verder weg hoorden we het zware geluid van een krassende raaf. Een tjiftjaf was er ook nog te zien, en late of een overblijver? Er waren nauwelijks ganzen in het gebied. Maar een al dik in zijn wintervacht zittende vos is ook de moeite waard om te volgen. Bij de natte plekken met slikrandjes zaten kieviten en een gemengde groep die met wat moeite, het was wat verder weg, konden worden aangeduid als bonte strandlopers en kemphanen. Deze groep vloog telkens op en zwenkend zag je mooi steeds weer hun lichte en donkere zijde. Ook namen we hier nog een jagende sperwer waar. Terug zochten we weer naar de klapekster om hem nog eens te bewonderen. Toen kwam de volgende topper van de dag. We zagen dat hij een muis ving en daarmee naar een boomtak vloog en de muis op een scherpe punt spietste om hem opgedist lekker op te peuzelen. Door de vele belangstelling kon hij toch niet rustig eten en trok zich terug. Zo’n waarneming doe je maar eens in je leven. Een toevalstreffer. Van hieruit deden we nog even de Grote Praambult aan waar we nog als nog niet waargenomen brandgans en holenduif aan onze lijst konde toevoegen. In totaal zagen we 53 soorten een heel mooi aantal voor een dag vogels kijken. Iedereen keek dan ook terug op een zeer geslaagde dag.
Ton Janssen
![]()
oktober 2011

foto Paul Dirksen
Het was zaterdag 15 oktober een frisse dag. Bij het vertrek om 8.00 uur was het in Wijk 2ºC. In exact anderhalf uur hadden we Camperduin aan de zuidkant van de Hondsbosschezeewering bereikt. We waren met 3 auto’s en 12 deelnemers. Bij aankomst zagen we al dat er wat bijzonders was te zien. Drie fotografen met dikke telelenzen lagen plat op hun buik op de dijk. Ook wij konder ervan genieten. Drie fouragerende strandleeuwerikken met hun mooi geel-zwart getekende kopje lieten zich van vrij dichtbij bewonderen. Paul was dan ook in de wolken met weer een nieuwe soort die hij had kunnen fotograferen. De aflandige wind en de stralende zon in een strakblauwe lucht maakten dat er op zee niet direct veel te zien was. Bij langer kijken hadden we toch regelmatig een leuke waarneming die langs of over kwam vliegen. Op zee zagen we eidereenden, zwarte zeeëenden, een kleine alk en verschillende meeuwensoorten. Daar bleef het echter niet bij, Een groep rotganzen kwam langs op weg naar de ‘Delta’. Vlak voor een strekdam zwom lang een zwarte zeeëend die zo goed viel te bekijken. Een groepje van drie grote zilverreigers vloog traag over zee naar het zuiden en dan ineens een hele late grote stern waarvan de trek in de eerste helft van september is. Op de strekdammen zelf zaten overal wel wat steenlopers en dan ineens een groepje van zes tureluurs. In de zon deden de rode pootjes bijna zeer aan je ogen. Aan de zeekant van de dijk scharrelden er een paar zilverplevieren hun kostje bij elkaar en zat er een eenzame kanoet strandloper.

foto Paul Dirksen
Op de dijk zaten tussen de stenen op de glooiing veel oeverpiepers en tapuiten en werd een ijsgors en een zwarte roodstaart waargenomen. De trektijd werd ook benadrukt door de roofvogels. Meerdere blauwe kiekendieven vlogen langs, waarvan er één juist boven ons een extra rondje maakte en zich mooi liet bewonderen. Ook zagen we meerdere ruigpootbuizerden. Hun witte stuit met een zwarte rand aan de staart was in dit zonlicht prachtig te zien. Verder hadden we buizerd, torenvalk, sperwers en een boomvalk in de kijker en vlak voor we vertrokken een rode wouw.
Bij de Putten, ontstaan door kleiwinning voor de dijkverzwaring in het midden van de 18e eeuw zaten meerdere eendensoorten als smient, slobeend, wilde eend en als bijzonderheid een ijseend. Een paar groepen goudplevieren zaten er mooi te zijn in het zonlicht. Je hoorde ze de hele tijd roepen met een wat klagelijk geluid. In de ruigten op de eilandjes ontdekten we ook enkele goed verscholen watersnippen met hun mooi gestreepte rug. Verder werd dit gecopleteerd met enkele kemphanen en een rosse grutto.
Het was voor iedereen een welgeslaagde dag toe we tegen vieren weer huiswaarts keerden.
Ton Janssen
![]()